maandag 8 oktober 2012

Het Burgos van El Cid en het Valladolid van Cervantes


Zoals ik had beloofd, trouwe lezer, is hier een verslag van mijn weekenduitstapje naar Burgos en Valladolid. Na mijn les vrijdag begaf ik mij in zeven haasten naar het busstation, om daar te merken dat de bus die ik wilde nemen vol zat, en ik twee uur zou mogen wachten tegen ik kon vertrekken. Uiteraard gaf ik niet op (met de gedachte 'je weet maar nooit' in het achterhoofd) en ging ik bij de bus naar Valladolid staan. Na een korte preek van de buschauffeur in kwestie (je moet vroeger komen, of online boeken), vroeg ik of hij me zou laten weten moesten er mensen niet opdagen. Toen hij om één minuut over zes naar me toekwam (de bus moest normaal vertrekken om zes uur), wist ik dat ik toch nog mee zou kunnen. Eerste hindernis: overwonnen.
Na een busrit van anderhalf uur - waarbij ik vergezeld werd van La sombra del viento van Carlos Ruiz Zafón, een meesterwerkje dat ik mijn trouwe lezer zeker aanraad - stond mijn gastvrouw voor het weekend, Astrid, mij op te wachten in het busstation van Valladolid. We wandelden naar haar kot om mijn rugzak af te zetten (ik moet eerlijk zeggen, ik was aangenaam verrast van Valladolid, een stad die zich meestal laat beschrijven als een grijze industriestad, maar die reputatie met verve de grond inboort), en gingen naar de Plaza Mayor, waar we hadden afgesproken met een internationaal gezelschap (Belgen, Fransen, Polen en een Braziliaans meisje). We trokken naar de tapasbars en deden ons tegoed aan verschillende pinchos, montaditos, raciones, al wat je je kan voorstellen. Daarna gingen we richting Plaza de la Universidad waar het icoon van de Spaanse letteren in standbeeldvorm stond te wachten: Miguel de Cervantes Saavedra (de schrijver van het legendarische El ingenioso hidalgo Don Quijote de La Mancha).

Miguel de Cervantes
Na onze ontmoeting met deze legende onder studenten Spaanse letterkunde ging het naar El Aire, waar we nog even praatten en daarna stilaan naar huis trokken.

De volgende dag trokken we, opnieuw met een internationaal gezelschap (Belgen, Fransen en een Slowaaks meisje) naar Burgos. Op de trein hadden we het geluk een studente toerisme, Mónica, te ontmoeten die in Burgos woonde, en ons wegwijs maakte in haar stad (een volledige wegbeschrijving langs de bezienswaardigheden was het resultaat). De bus die we van het station naar het centrum namen, stopte vlakbij het standbeeld El Cid. 

El Cid, ofwel Rodrigo Díaz de Vivar
Misschien even wat context: El Cid (Arabisch voor 'heer') was een ridder uit de elfde eeuw. Zijn echte naam was Rodrigo Díaz de Vivar en hij was afkomstig van Burgos, maar omdat hij in onmin raakte bij koning Alfonso VI, werd hij uit de stad verbannen. Na jarenlange omzwervingen doorheen Castilië en omstreken kwam hij aan in Valencia, een stad die werd bezet door de Moren. Hij slaagde erin de stad te bevrijden, en zo weer op een goed blaadje te komen bij de koning. Hji regeerde over de stad tot aan zijn dood in 1099. Zijn lichaam werd begraven in het klooster van San Pedro de Cardeña, maar werd in 1921 overgebracht naar de kathedraal van zijn geboortestad, Burgos.
We trokken dan richting Plaza Mayor, waar we ontdekten dat aan de oevers van de rivier Arlanzón een middeleeuwse markt aan de gang was. De marktkramers waren allemaal verkleed en boden een waaier aan streekproducten aan.
Daarna ging het naar de kathedraal, dé trekpleister van de stad. Een imposant bouwwerk met een behoorlijk indrukwekkende kunstcollectie, kortom: een must-see voor elke toerist (de torenspitsen zijn trouwens het werk van een Belg, wist Mónica ons te vertellen).

De kathedraal van Burgos

Ons internationaal gezelschap voor de trappen van de kathedraal
(ik nam de foto, dus ik sta er logischerwijs niet zelf op)

Het graf van El Cid
Na ons bezoek aan de kathedraal trokken we naar het Museo del Libro, waarin de geschiedenis van het boek werd tentoongespreid. Daarna trokken we richting bushalte (we wilden onze bus richting station niet missen, dus gingen we op voorhand een kijkje nemen wanneer we waar moesten zijn). Daarna liepen we nog eventjes rond in de buurt van de bushalte, vooral om wat te eten vooraleer we de trein opstapten. Dan de bus op, dan de trein, en om een uur of tien stonden we terug in Valladolid. Daar aangekomen, trok iedereen naar zijn kot en viel de nacht over Valladolid.

De volgende dag trokken Astrid en ik (na een gesprek met de Mexicaanse kotgenoot van Astrid over het Arabisch, de Maya's en het einde van de wereld) de stad in. Een zeer kort bezoekje aan de kathedraal (er ging een mis beginnen) leidde de toeristische toer door haar stad in. Dan ging het naar het Casa/Museo de Cervantes, het huis waar de grootmeester van de Spaanse letteren verbleef toen hij het eerste deel van Don Quijote publiceerde. Het was interessant om door zijn bibliotheek te wandelen, en te zien door welke werken dit icoon zich liet inspireren. 

Het beroemde hoofdstuk waarin Don Quijote het opneemt tegen de windmolens
Daarna nam Astrid me mee op een tocht langs de mooiste kerkjes en musea van Valladolid (een groot deel van de musea in Valladolid zijn de zondagvoormiddag gratis). Het Museo de la Escultura was een van de hoogtepunten (weliswaar meer omwille van het gebouw dan de - nogal eentonige - kunstcollectie): een voormalig college dat de kenmerken van de mudéjarstijl (een mengstijl tussen de Europese en Moorse cultuur ten tijde van de islamitische overheersing) ten volle tot glorie brengt.




Van daaruit ging het naar het Museo de Colón (Columbus dus), over de ontdekking van Amerika. Als je het ons vraagt, een nogal chaotisch en verwarrend museum, dat vooral aandacht besteedt aan de audiovisuele middelen om een verhaal te vertellen, maar weinig werk heeft gemaakt van een gestructureerd verhaal om te vertellen.

Na dit museum zat mijn bezoek aan Valladolid er alweer bijna op. Dit keer had ik blijkbaar meer geluk met de bus (we waren dan ook mooi op tijd), en ik verliet deze mooie stad. Op de bus nam ik de tijd om mij mentaal voor te bereiden op de volgende lesweek (die overigens maar 4 dagen telt, vrijdag is de nationale feestdag hier), terug te blikken op een geslaagd citytrip-weekend, en mij nog wat te verdiepen in het boek van Zafón.

Hasta luego!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten