Het is een koude zondagnamiddag in het busstation van Valladolid als een blogschrijvende Erasmusser (yours truly) een cursusblok uit zijn rugzak haalt en schematisch begint op te schrijven hoe hij zijn volgende blogpost zal aanpakken. Zijn geest wordt wat in dat denkwerk verhinderd, aangezien hij die dag al acht uren op een bus heeft gespendeerd, maar de gave niet heeft om die uren al slapend door te brengen. Hij besluit dan maar voor de meest evidente aanpak te gaan, en te beginnen bij het begin.
Op een grijze donderdagmiddag stapte ik richting busstation, om naar Santiago de Compostela te vertrekken (nee, ik deed het niet te voet, daarvoor was mijn verlengd weekend net wat te kort). Op hetzelfde moment zou Astrid in Valladolid ook op de bus stappen, met dezelfde bestemming. Na een busrit van een uur of zes kwam ik aan, en dan was het nog een halfuurtje wachten op mijn reisgenote. Ik besloot die tijd nuttig te gebruiken en op zoek te gaan naar een kaartje van de stad. De straat van de jeugdherberg vinden, was natuurlijk een ander paar mouwen. Toen Astrid ook aangekomen was, vertrokken we in de motregen richting stadscentrum, in de hoop dat iemand ons daar zou kunnen helpen. Intussen was ik al helemaal in de wolken: zo goed als alle opschriften waren hier in het Gallicisch! Voor een student Spaanse taalkunde met een grote interesse voor en een beperkte kennis van het Portugees is dat werkelijk een goudmijn. Gallicisch is de taal die gesproken wordt in Gallicië (het noordwesten van Spanje) en een soort van tussenvorm is tussen het Spaans en het Portugees. En tot mijn groot jolijt zou ik ondergedompeld worden in die taal! Eens aangekomen in het hostel zagen we dat we een kamer deelden met een (asociaal) Spaans meisje en een goedlachse jongen van de Filippijnen. We besloten dan maar te gaan slapen, om de volgende dag serieus wat sightseeing te kunnen doen.
De volgende ochtend trokken we de stad in, en zagen Gallicië zoals het leeft in het clichébeeld van de Spanjaarden: regenachtig, druilerig en mistig. De Praza de Obradoiro, het plein voor de kathedraal was ons eerste stoppunt. Daarna bezochten we een park, kuierden door de gezellige smalle straatjes en bezochten de kathedraal. In tegenstelling tot de kathedraal van Salamanca, die het moet hebben van zijn architectuur en kunstcollectie, was het indrukwekkendste de sfeer die er in die kathedraal hing, een typische sfeer voor een bedevaartsoord. We besloten om later terug te keren om de pelgrimsmis mee te volgen. Intussen konden we nog wat rondlopen, en in een paar souvenirwinkeltjes rondsnuisteren. Eens twaalf uur begon te naderen, gingen we richting de kathedraal omdat we graag eens een pelgrimsmis hadden meegemaakt. In het begin van de viering werd iedereen afgeroepen die die dag was aangekomen in de stad na een bedevaart, een behoorlijk indrukwekkende lijst, als je het mij vraagt. Na de mis gingen we naar een zeer koddig bakkerijtje om ons middagmaal te gaan kopen, en we aten dat op in het hostel. Na nog een koffietje trokken we weer de stad in, om ook de rest van dit pareltje te verkennen. De stedelijke bibliotheek, een paar kerkjes (er zijn er hier zowaar nog meer dan in Salamanca, ik had het niet voor mogelijk gehouden)... passeerden we op onze route. Daarna gingen we richting 'Museo do Pobo Galego' (museum van het Gallicische volk), waar vooral de draaitrap imposant en duizelingwekkend was (de collectie was uiteraard ook zeer de moeite waard). We kwamen er onze Filippijnse kamergenoot tegen, en deden dan de rest van het museum samen. De kerk die bij het klooster, waar dit museum gevestigd is, hoort, was zeer stil en bijna beangstigend verlaten.
Daarna ging het naar het museum voor hedendaagse kunst, waar de collectie te vergelijken is met die van het S.M.A.K. (namelijk, je kan er meestal niet al te veel van maken). De tentoonstelling over censuur op muziek (Vibracións prohibidas) in de tijd van Franco was wel zeer interessant (vooral grappig soms om te zien hoe men 'onzedige' platenhoezen probeerde aanvaardbaar te maken).
Na dit artistiek verantwoord bezoek hadden we een klein hongertje, en stopten onderweg voor chocolate con churros. Toen besloten we even op bed te gaan liggen in het hostel (van artistiek en cultureel verantwoord doen wordt een mens nogal moe) en wat te lezen (ik ben nog steeds bezig aan La Sombra del Viento van Carlos Ruiz Zafón). Toen onze maag een paar uur later lichtjes begon te grommen, gingen we ons tegoed doen aan een plaatselijke specialiteit, pulpo a la feria, inktvis bereid met cayennepeper. Een aanrader. Toen zagen we dat het al redelijk laat was, en gingen we slapen.
Op zaterdag is er in Santiago altijd een antiekmarktje (eerder een brolmarktje), en daar snuisterden we wat rond. Omdat we beseften dat we eigenlijk maar bitter weinig wisten van Santiago (de heilige, niet de stad), en dat we dat niet zo konden laten, trokken we naar het Museo das Peregrinacións e de Santiago om onze zeer beperkte kennis wat uit te breiden. Alle vragen die we ons de laatste dagen al hadden gesteld over Sint Jakob, verdwenen als sneeuw voor de zon. Ook het kathedraalmuseum onderworpen we eens aan een bezoekje, en daar zagen we al een antwoord op een vraag die we ons later zouden stellen (zie straks). Ook die middag trokken we naar ons koddig bakkerijtje.
Over die vraag van daarnet, waarop we in het kathedraalmuseum een antwoord hadden gevonden: die namiddag trokken we nogmaals naar de kathedraal, om een belofte te vervullen die Astrid aan haar mama had gedaan: een kaarsje branden in de kathedraal van Santiago. Daar bleek dat je enkel van die weinig sfeervolle elektrische kaarsjes kon aansteken, wat ons logisch leek, nadat we die ochtend hadden geleerd in het museum dat de basiliek van Santiago, die op dezelfde plaats stond als de kathedraal nu, in 997 was afgebrand, en blijkbaar willen ze niet nogmaals hetzelfde meemaken.
Die ochtend had ik in het Museo das Peregrinacións een foldertje gezien voor Cidade de cultura de Galicia, met verder weinig info (buiten de openingsuren). Uit nieuwsgierigheid besloten we daarheen te gaan. Het bleek een eind buiten de stad te liggen, en als we aankwamen bleek het een soort cultureel centrum te zijn, met een bibliotheek, een expositieruimte en een auditorium. De moderniteit van het ontwerp stond in schril contrast met de straatjes van Santiago, waar de tijd leek stil te staan. De vergelijking met het huis van de Teletubbies (copyright Astrid) bleek bijzonder accuraat.
Daarna gingen we nog iets drinken, en lasten we opnieuw een leespauze in. Intussen was er op onze kamer een Fransman gearriveerd, een verpleger uit Bordeaux die voor de tweede keer de camino achter de rug had. Hij vertelde ons waarom hij die deed (zoals het cliché wil: om zijn leven terug op orde te krijgen en richting te geven), en wist ons enkele leuke restaurantjes aan te raden, onder andere één dat blijkbaar zeer gekend is voor zijn paella. Dat lieten we uiteraard niet aan onze neus voorbijgaan, en een halfuurtje later zaten we heerlijke paella te eten. Toen beseften we dat we de volgende dag redelijk vroeg zouden moeten opstaan (we hadden een bus terug om 8u 's ochtends). Dan besloten we maar in ons bedje te kruipen.
Toen we de volgende ochtend door de stad trokken, zag die er bijzonder verlaten uit (wat wil je ook, op zondagochtend rond 7u?). We waren klaar voor de lange terugreis. In plaats van rechtstreeks naar Salamanca te rijden, had ik beslist om met Astrid mee te gaan naar Valladolid, en daar een bus richting Salamanca te nemen. Anders had ik 8 uren alleen moeten wachten eer ik op de bus kon, en was het bijzonder laat geweest als ik toekwam in Salamanca (een slecht idee, zeker als je weet dat ik de dag erop les had om 9u). Vandaar dus mijn klein ommetje.
Wat ons tot nu brengt, zondagavond 17u, busstation Valladolid. Met veel voldoening kijk ik terug op de laatste twee dagen, die overduidelijk de moeite waard waren. Bij deze bedankt aan Astrid voor het bijzonder aangename gezelschap, en voor het verdragen van al mijn 'fun facts' over het Gallicisch.
Hasta luego
PS: meer foto's kan je vinden op mijn Facebookpagina of op de blog van Astrid.
| De trap in het Museo do Pobo Galego in onderaanzicht |
Daarna ging het naar het museum voor hedendaagse kunst, waar de collectie te vergelijken is met die van het S.M.A.K. (namelijk, je kan er meestal niet al te veel van maken). De tentoonstelling over censuur op muziek (Vibracións prohibidas) in de tijd van Franco was wel zeer interessant (vooral grappig soms om te zien hoe men 'onzedige' platenhoezen probeerde aanvaardbaar te maken).
| Bovenaan zie je de originele versie, onderaan zie je hoe ze er na censuur uitzag. |
Op zaterdag is er in Santiago altijd een antiekmarktje (eerder een brolmarktje), en daar snuisterden we wat rond. Omdat we beseften dat we eigenlijk maar bitter weinig wisten van Santiago (de heilige, niet de stad), en dat we dat niet zo konden laten, trokken we naar het Museo das Peregrinacións e de Santiago om onze zeer beperkte kennis wat uit te breiden. Alle vragen die we ons de laatste dagen al hadden gesteld over Sint Jakob, verdwenen als sneeuw voor de zon. Ook het kathedraalmuseum onderworpen we eens aan een bezoekje, en daar zagen we al een antwoord op een vraag die we ons later zouden stellen (zie straks). Ook die middag trokken we naar ons koddig bakkerijtje.
Over die vraag van daarnet, waarop we in het kathedraalmuseum een antwoord hadden gevonden: die namiddag trokken we nogmaals naar de kathedraal, om een belofte te vervullen die Astrid aan haar mama had gedaan: een kaarsje branden in de kathedraal van Santiago. Daar bleek dat je enkel van die weinig sfeervolle elektrische kaarsjes kon aansteken, wat ons logisch leek, nadat we die ochtend hadden geleerd in het museum dat de basiliek van Santiago, die op dezelfde plaats stond als de kathedraal nu, in 997 was afgebrand, en blijkbaar willen ze niet nogmaals hetzelfde meemaken.
Die ochtend had ik in het Museo das Peregrinacións een foldertje gezien voor Cidade de cultura de Galicia, met verder weinig info (buiten de openingsuren). Uit nieuwsgierigheid besloten we daarheen te gaan. Het bleek een eind buiten de stad te liggen, en als we aankwamen bleek het een soort cultureel centrum te zijn, met een bibliotheek, een expositieruimte en een auditorium. De moderniteit van het ontwerp stond in schril contrast met de straatjes van Santiago, waar de tijd leek stil te staan. De vergelijking met het huis van de Teletubbies (copyright Astrid) bleek bijzonder accuraat.
Toen we de volgende ochtend door de stad trokken, zag die er bijzonder verlaten uit (wat wil je ook, op zondagochtend rond 7u?). We waren klaar voor de lange terugreis. In plaats van rechtstreeks naar Salamanca te rijden, had ik beslist om met Astrid mee te gaan naar Valladolid, en daar een bus richting Salamanca te nemen. Anders had ik 8 uren alleen moeten wachten eer ik op de bus kon, en was het bijzonder laat geweest als ik toekwam in Salamanca (een slecht idee, zeker als je weet dat ik de dag erop les had om 9u). Vandaar dus mijn klein ommetje.
Wat ons tot nu brengt, zondagavond 17u, busstation Valladolid. Met veel voldoening kijk ik terug op de laatste twee dagen, die overduidelijk de moeite waard waren. Bij deze bedankt aan Astrid voor het bijzonder aangename gezelschap, en voor het verdragen van al mijn 'fun facts' over het Gallicisch.
Hasta luego
PS: meer foto's kan je vinden op mijn Facebookpagina of op de blog van Astrid.

Merci voor de toffe trip! :D Amuseer je nog vanavond op het nieuwjaarsevenement! xx
BeantwoordenVerwijderenConsider it done :p
BeantwoordenVerwijderen